Landelijk Overleg Co-Assistenten
ABCDE voor CoAssistenten

Nieuws · Extern


Nog geen individuele opleidingsduur

Door Steven Immenga op 11 November 2014 · Reageer

Aiossen en opleiders zijn nog niet klaar met de individualisering van de opleiding, zo blijkt uit een enquête waarvan De Jonge Specialist de resultaten heeft gepubliceerd.

Sinds juli van dit jaar is nieuwe regelgeving van kracht, waarmee de duur van de medisch-specialistische opleiding beter afgestemd kan worden op de individuele aios. Dit maakt versneld doorlopen van de opleiding mogelijk. De meeste opleidingen blijken nog niet klaar voor de individualisering. Zo ontbreekt het aan eenduidige criteria om de competenties van aiossen te volgen en te beoordelen. Veel respondenten zouden geholpen zijn met landelijke en regionale uniformiteit in de vertaling naar landelijke en lokale opleidingsplannen. Ook zou het delen van good practices en het aanbieden van trainingen helpen om de individualisering tot stand te brengen.

Gevreesd wordt, zo blijkt uit het onderzoek, dat verkorten van de opleiding ertoe leidt dat aiossen met minder kennis en vaardigheden aan de slag gaan. Verder zeggen veel aiossen dat de huidige situatie op de arbeidsmarkt niet erg uitnodigt om sneller af te studeren.

Bron: http://medischcontact.artsennet.nl.

Zie ook Medisch Contact van 30 oktober 2014.


Coassistenten starten internationaal medisch uitzendbureau

Door Steven Immenga op 11 November 2014 · Reageer

Vier geneeskundestudenten uit Leiden zijn een uitzendbureau begonnen voor artsen die in het buitenland willen werken. Hun bedrijf MMedical Employment Agency bemiddelt tussen ziekenhuizen in verschillende landen en Nederlandse artsen die – al dan niet gedwongen door de huidige werkloosheid – de grens over willen.

Meer informatie? kijk op www.mmedical.nl.

Bron: http://artsinspe.artsennet.nl.

Zie ook Arts in Spé van 22 oktober 2014.

 

 


De Arbeidsmarktmonitor

Door Steven Immenga op 08 March 2014 · Reageer

Het Medisch Contact brengt elk kwartaal de Arbeidsmarktmonitor uit. Daarin wordt opgesomd hoeveel artsen er zijn en hoe het is gesteld met de vacatures. De nieuwste versie staat nu online. Klik hier voor Arbeidsmarktmonitor 2013-4.


Het schakeljaar

Door Steven Immenga op 08 March 2014 · Reageer

Door Amal Abdi, voorzitter LOCA

Je zult er vast iets over gehoord of gelezen hebben. Maar wat is het schakeljaar precies? Waarom wordt het ingevoerd? En wat betekent dit voor jou als co-assistent? Hier volgt een overzicht van de huidige stand van zaken.

Antwoord op bezuinigingen
In deze tijd van bezuinigingen wordt de medische sector niet ontzien. Kabinet Rutte-II heeft in dit kader aangekondigd dat er flink zal worden bespaard op het budget van de medisch-specialistische vervolgopleidingen. Structureel wordt vanaf 2020 rekening gehouden met een bedrag van 218 miljoen euro. 

Eén van de manieren om deze bezuiniging te realiseren is een verkorting van de opleidingsduur middels de invoering van het schakeljaar. Met dit concept ontwikkelen co-assistenten reeds in het laatste jaar van de basisopleiding de competenties van een beginnende arts-assistent binnen een bepaald specialisme. Hierbij is het uiteindelijke doel om de vervolgopleidingen gemiddeld met een halfjaar te verkorten, op voorwaarde dat de minimale opleidingsduur volgens de EU-richtlijn1 niet wordt overschreden.

Optimalisering opleidingscontinuüm
Naast dat het een bezuinigingsmaatregel betreft, biedt het schakeljaar ook kansen tot verbetering van het opleidingscontinuüm. Door de snellere competentieontwikkeling wordt de basisopleiding doelmatiger en kan er gewerkt worden aan een betere doorstroom naar de vervolgopleiding tot medisch specialist. Met het schakeljaar dient er echter wel eerder gekozen te worden voor een specialisme. Dit kan een nadeel zijn voor studenten die aan het eind van hun vijfde jaar nog niet goed weten welke richting ze op willen.

Organisatie
De medische faculteiten hebben ieder een regionale projectgroep die zich bezig houdt met de vormgeving van het schakeljaar in de eigen stad. De Nijmeegse en Rotterdamse faculteit hebben al veel progressie gemaakt en zijn al gestart met een pilot 2,3. Andere faculteiten bevinden zich nog in een vroegere fase. Centrale aansturing vindt plaats vanuit de landelijke projectgroep Dedicated schakeljaar. Dit is een platform waar de verschillende partijen meedenken over de implementatie van het schakeljaar. Ook biedt het de mogelijkheid tot uitwisseling van best practices.

Als vertegenwoordiger van de co-assistenten maakt het LOCA onderdeel uit van deze landelijke projectgroep. Hierdoor zijn we nauw betrokken bij ontwikkelingen op gebied van het schakeljaar. Houdt onze website dan ook goed in de gaten voor updates over de huidige stand van zaken. Bij vragen kun je ons ook altijd mailen!

Meer lezen over het schakeljaar? Zie deze recent verschenen artikelen in Medisch Contact en Arts in Spé.


1. RICHTLIJN 2005/36/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (geraadpleegd op 3-3-2014)
2. Website schakeljaar Nijmegen: sites.google.com/site/ooroostnederland (geraadpleegd op 3-3-2014)
3. Website schakeljaar Rotterdam: erasmusmc.nl/geneeskunde/master/dedicatedschakeljaar (geraadpleegd op 3-3-2014)


Het dedicated schakeljaar

Door Steven Immenga op 24 February 2014 · Reageer

Het laatste jaar van de coschappen besteden aan de specialisatie van je voorkeur en daarna direct in opleiding: het lijkt onmogelijk, maar dat is het zeker niet. Maak kennis met de plannen voor het 'dedicated schakeljaar'.

Klik hier voor het artikel dat verscheen in Arts in Spe.


Leenstelsel Bussemaker op de schop

Door Steven Immenga op 12 December 2013 · Reageer

11 december 2013 - NOS

Tijdens het leenstelsel-debat in de Tweede Kamer met minister Bussemaker van Onderwijs is het plan om de basisbeurs om te zetten in een lening door de belangrijkste oppositiepartijen GroenLinks en D66 van tafel geveegd. Het plan van Bussemaker was om vanaf komend studiejaar het leenstelsel in te voeren voor nieuwe masterstudenten gevolgd door het invoeren van het leenstelsel voor nieuwe bachelorstudenten één jaar later. Om haar voorstel door de Eerste Kamer te krijgen zal Bussemaker steun nodig hebben van D66 en GroenLinks samen of van het CDA. Hoewel de beide partijen (D66 en GroenLinks) in principe vóór een leenstelsel zijn, geeft het plan wat Bussemaker nu voorstelt te veel onzekerheid en onduidelijk en hier stemmen beide partijen niet mee in. Bussemaker krijgt een jaar de tijd om de benodigde steun voor het leenstelsel te krijgen door haar plannen aan te passen. Ook de afschaffing van de OV-chipkaart voor studenten wordt uitgesteld tot 2017. 

Lees hier het bijbehorende NOS artikel.

Of kijk hier de NOS videobeelden. 


Wachttijd coschappen loopt op

Door Steven Immenga op 11 December 2013 · Reageer

Op 6 december verscheen er een artikel in de studenten Arts en Auto over de opgelopen duur van wachttijd voor de coschappen. Aan de UvA is de bedraagt de wachttijd inmiddels 1 jaar. Maar ook in Leiden, Groningen en bij de VU neemt de wachttijd toe volgens een inventarisatie van het KNMG in juni 2013. In Utrecht, Maastricht en Rotterdam hoeven studenten nauwelijks te wachten. Voor sommige studenten is het mogelijk de wetenschappelijke stage naar voren te halen, anderen schrijven zich noodgedwongen uit. Lees hier het volledige artikel over de wachttijden en de invloed die dat op aanstaande co-assistenten heeft.

Bijlage: Wachttijd loopt op.pdf (764 KB)


Zonder kosteninzicht geen kostenbewustzijn

Door Steven Immenga op 11 December 2013 · Reageer

Om de kosten in de zorg te kunnen beheersen, moeten artsen wél weten wat die kosten zijn. Dat inzicht is er echter niet, ontdekten ze in Ziekenhuis Gelderse Vallei door een onderzoek uit te voeren naar kostenbewustzijn onder artsen. Net als uit de enquete van het LOCA onder co-assistenten blijken ook meeste artsen de reële kosten te overschatten. In tegenstelling tot het onderzoek van het LOCA neemt het kostenbewustzijn niet toe naar mate een arts langer is afgestudeerd. Meer lezen over hoe het met het kostenbewustzijn van de specialist is gesteld, lees hier het volledige artikel zoals verschenen in het Medisch Contact van 28 november. 

Bijlage: Medisch contact_kostenbewustzijn.pdf (98 KB)

 


Symposium Co-Raad VUmc: Vooruitgang door Verscheidenheid

Door Steven Immenga op 04 November 2013 · Reageer

Symposium Co-Raad VUmc: Vooruitgang door Verscheidenheid

Donderdag 14 november is het zover: het symposium voor alle coassistenten van VUmc School of Medical Sciences. Het thema is 'Vooruitgang door verscheidenheid', waarbij er aandacht is voor nieuwe technologische ontwikkelingen, out of the box geneeskunde, de groeiende zorgkosten en de steeds groter wordende rol van social media.

Tijdens het symposium komen inspirerende sprekers aan het woord (waaronder de arts die de eerste intra-uteriene operatie heeft verricht), kun je workshops volgen en zijn er prijzen te winnen. Uiteraard zorgt de Co-Raad voor een lunch en andere hapjes en drankjes. De kosten bedragen €8,50, dus schrijf je snel in!

Locatie: ABN-AMRO Gustav Mahlerlaan 10, Amsterdam
Tijdstip: 9.30 - 16.30 uur
Kosten: €8,50 (incl. lunch, hapjes en drankjes)
Inschrijven: via www.co-raad.nl

Studeer je niet aan VUmc, maar zou je wil graag willen komen? Je bent van harte welkom! Meer informatie vind je op de website van de Co-Raad VUmc.


Themabijeenkomst ‘Promoveren voor een opleidingsplek?’

Door Steven Immenga op 04 November 2013 · Reageer

Promoveren staat goed op je CV en uit de laatste enquête van het KNMG Studentenplatform blijkt dat veel studenten denken dat het een vereiste is om in opleiding te komen bij bepaalde specialismen. Maar is dat wel zo ? Waarom wordt er zoveel waarde gehecht aan promoveren? Wat zijn de voor- en nadelen? En wat houdt promoveren eigenlijk in?

Om bovenstaande vragen op te helderen organiseren wij de themabijeenkomst ‘Promoveren voor een opleidingsplek?’.
Datum: 28 november 2013
Tijd: van 18:30 - 21:30 uur
Locatie: Het Vechthuis in Utrecht.

De avond is, inclusief belegde broodjes en borrel na afloop, geheel gratis. Dit is mede mogelijk gemaakt door het KNMG District Utrecht. Aanmelden voor de avond kan door te mailen naar studentenplatform@fed.knmg.nl.

Kijk voor meer informatie over de themabijeenkomst en het KNMG Studentenplatform op www.knmgstudentenplatform.nl.


Het dedicated schakeljaar

Door Steven Immenga op 26 October 2013 · Reageer

Het opleiden van medisch specialisten is kostbaar en duurt lang. Om te bezuinigen op kosten van de medische vervolgopleiding werd het concept ‘schakeljaar’ geïntroduceerd. Dit jaar is bedoeld om een brug te slaan tussen het laatste jaar van de basisopleiding en het eerst jaar van de opleiding tot specialist. In het schakeljaar kan de student voorsorteren in de richting van het specialisme waarin de student graag verder wil en zodoende gericht bepaalde vaardigheden aanleren. Het behalen van deze competenties zou dan kunnen leiden tot een verkorting van de opleiding tot specialist. In 2014 gaat een pilot van start.

Nieuwe regelgeving van het College Geneeskundige Specialismen (CGS) maakt het nu mogelijk om de duur van de opleiding tot specialist te versoepelen. Als een een AIOS alle competenties heeft behaald, bijvoorbeeld tijdens een schakeljaar in de basisopleiding, dan kan hij/zij de opleiding eerder afronden.

Invulling van het schakeljaar.

Over de invulling van het schakeljaar bestaat nog veel onduidelijkheid. Het doel van het schakeljaar is de student voor te bereiden op één bepaald specialisme. Het is echter mogelijk dat de invulling plaatsvind in de vorm van profielen (beschouwend, snijdend, ondersteunen, extramuraal). Verder blijft het schakeljaar onderdeel van de 6-jarige basisopleiding. De universiteiten en UMC’s zelf zijn formeel verantwoordelijk voor het programma van het schakeljaar. Om bezuinigen op de kosten van de medische vervolgopleidingen te realiseren zal een student tijdens het schakeljaar competenties moeten behalen die normaal gesproken deel uitmaken van het eerste half jaar van de opleiding tot specialist. Hiervoor is, onder andere, grotere betrokkenheid van opleiders een vereiste.

Selectie

Voor de deelname aan het ‘dedicated' schakeljaar worden toegangseisen en een selectie- procedure vastgesteld. Hierbij spelen de hoofdopleiders in het UMC samen met de opleiders van het betreffende cluster een belangrijke rol. Aan het eind van het schakeljaar besluiten opleider en student of hij/zij geschikt is voor het gekozen specialisme. Als dat het geval is dan zal de student, na het succesvol doorlopen van het ‘dedicated’ schakeljaar, instromen in de desbetreffende vervolgopleiding. De maximaal haalbare korting op de vervolgopleiding is 6 maanden.

Analyse van de impact van de invoering van het dedicated schakeljaar.

Een van de vereisten van het project is dat kwaliteit van de medisch specialist minstens op peil moet blijven en liefst verder worden verbeterd. In deze fase van het project is het effect van het schakeljaar op de inhoud en de kwaliteit van de vervolgopleidingen nog niet volledig te overzien. Daarom maken monitoring en evaluatieonderzoek een belangrijk deel uit van het project. Naast de kwaliteit van de opleiding zal er bij de evaluatie o.a. ook gekeken worden naar economische en maatschappelijke gevolgen, logistiek en planning van de aios in- en uitstroom, belangstelling onder studenten en belasting van studenten.

Pilot project ‘Schakeljaar’.

In 2014 zal gestart worden met de pilot van het project ‘Schakeljaar’. In dit jaar is het de bedoeling dat 10% van de zesdejaars studenten (= 300 in alle UMC’s gezamenlijk) deelneemt aan een schakeljaar. Het doel is dat 80% (=250 studenten) hiervan na hun artsexamen doorstromen naar een opleidingsplaats tot specialist. In 2016 zal het percentage deelnemende studenten stijgen naar 20%. Indien succesvol zal het aantal deelnemende studenten in de jaren daarop stijgen.

Deze pilot wordt uitgevoerd onder toezicht van de ‘projectgroep dedicated schakeljaar’ met daarin o.a. leden van de Nederlandse Federatie van UMC’s (NFU), wetenschappelijke verenigingen, diverse opleiders van de acht UMC’s. Het LOCA maakt, als studentenvertegenwoordiger, ook deel uit van deze projectgroep.

Hoewel er nog veel onduidelijkheid bestaat over de exacte invulling van het ‘dedicated schakeljaar’ is het LOCA enthousiast over het concept. Het LOCA realiseert zich dat de invoering van het schakeljaar grote gevolgen heeft voor alle medisch studenten en zal zich uiteraard hard maken voor de belangen van de co-assistent. Heb jij een uitgesproken mening over het schakeljaar? Stuur dan je reactie naar naar info@loca.nu en dan kunnen wij dit meenemen naar toekomstige bijeenkomsten.


Landelijke Farmacotherapie Eindtoets Medicatieveiligheid

Door Steven Immenga op 26 October 2013 · Reageer

Een goede kennis van farmacologie en farmacotherapie is belangrijk voor een goede behandeling. Tijdens de studie geneeskunde wordt hier aandacht aan besteedt, maar is dit wel genoeg? Vaak laat de kennis in farmacologie en farmacotherapie van pas afgestuurde dokters te wensen over. In het artikel ‘rationeel voorschrijven bij ouderen – innovatie in farmacotherapieonderwijs’1 uit 2012 wordt deze gebrekkige kennis in farmacotherapie en voorschrijffouten afgeschreven aan de ontwikkelingen binnen het geneeskundeonderwijs. Zo wordt vermeld dat, door de omslag van een basisvak georiënteerd curriculum naar een meer probleemgestuurd curriculum, een aantal basisvakken zoals farmacologie onderbelicht blijven of zelfs uit het curriculum zijn verdwenen.

Ter verbetering van de farmacotherapie kennis van de geneeskundestudent is de landelijke interfacultaire werkgroep ‘Landelijke Farmacotherapie Eindtoets Medicatieveiligheid’ bezig met het opzetten van een eindtoets over farmacologie en farmacotherapie. Deze werkgroep bestaat uit meerdere farmacologen van verschillende UMC’s. Het LOCA is een voorstander van deze toets en neemt als studentenvertegenwoordiger deel aan deze werkgroep.

De werkgroep is momenteel o.a. bezig met het opstellen van een aantal belangrijke eindtermen. Gedurende de opleiding zal de medische student onderwijs krijgen over o.a. deze eindtermen2 en zal de medische student uiteindelijk door middel van een landelijke terugkerende toets op zijn farmacotherapeutische kennis getoetst worden.

De eindtermen van de Farmacotherapie Eindtoets betreffen actieve kennis die een arts zou moeten hebben om zelfstandig voor te kunnen schrijven. Het betreft steeds generieke kennis, kennis die voor iedere voorschrijvende arts essentieel is. Concreet gaat dit om kennis van enkele grote groepen geneesmiddelen waaronder analgetica, antistolling, cardiovasculaire middelen, antidiabetica, antidepressiva en benzodiazepinen, antibiotica. Hierbij wordt van elke geneesmiddelgroep verwacht dat de student voldoende kennis heeft over het werkingsmechanisme, relevante kinetische gegevens, indicaties, bijwerkingen, risicogroepen en interacties. Naast de eindtermen die gebaseerd zijn op veilig voorschijven, zijn een aantal andere onderwerpen ingebracht voor de eindtoets. Allereerst betreft het hier overstijgende farmacotherapeutische onderwerpen, zoals basale farmacokinetiek, wet en regelgeving en doelmatig voorschrijven. Daarnaast is ook het onderwerp antibiotica ingebracht, en dan met name kennis van veel voorkomende infecties en de daarbij gebruikte antibiotica.

Bovenstaande onderwerpen zijn afkomstig uit grotere (inter)nationale studies die gedaan zijn naar schade die het gevolg is van onveilig voorschijven. Deze onderzoeken zijn een aantal jaren samengevat in het Harm-wrestling rapport.

Wanneer de farmacotherapie eindtoets landelijk zal worden toegepast is nog onduidelijk. Ook is het toetsingsmoment gedurende de opleiding nog onduidelijk, met een voorkeur voor een toets aan het eind van het vijfde jaar. De studenten studenten aan de Radboud Universiteit Nijmegen komen het huidig studiejaar al in aanraking met deze eindtoets en de hiervoor speciaal ontworpen leerlijn Farmacotherapie. Voor deze leerlijn zijn een aantal colleges opgenomen en terug te kijken via het YouTube-kanaal ‘Leerlijn Farmacotherapie’ (link: http://www.youtube.com/user/fteindtoets). Dit kanaal is toegankelijk voor iedereen. Het LOCA raadt alle co-assistenten aan dit kanaal en de bijhorende college’s te gebruiken als studiemateriaal gezien het een mooi en snel manier is om de farmacotherapeutische kennis bij te schaven.

Het LOCA vertegenwoordigt jou alle co-assistenten tijdens de bijeenkomsten van de projectgroep. Help ons jou te vertegenwoordigen en stuur je mening over deze ontwikkeling naar info@loca.nu

 

1) Rationeel voorschrijven bij ouderen - Innovatie in farmacotherapieonderwijs. Drs. Carolina J.P.W. Keijsers, klinisch geriater i.o., klinisch farmacoloog i.o. Dr. Paul A.F. Jansen, klinisch geriater, klinisch farmacoloog, Prof. dr. Dick J. de Wildt, hoogleraar medische farmacologie Prof. dr. Jacobus R.B.J. Brouwers, hoogleraar farmacotherapie en klinische farmacie, klinisch farmacoloog

2) Landelijke Farmacotherapie Eindtoets Medicatieveiligheid; ‘voorkomen is beter dan genezen’ Landelijke interfacultaire werkgroep onderwijs, Commissie OnderwijsZaken (COZ), Nederlandse Vereniging voor de Klinische Farmacologie en Biofarmacie (NVKF&B). Namens deze: Dr. Cees Kramers, projectleider, UMCN & Drs. Jelle Tichelaar, medeprojectleider, VUmc


Bezuinigingen op de opleiding: de gevolgen voor de co-assistent

Door Steven Immenga op 22 October 2013 · Reageer

Na constructief overleg zijn de zorgpartijen en VWS erin geslaagd gezamenlijk invulling te geven aan de bezuinigingen op de opleiding van medisch specialisten. Door de bezuinigingen eerder te realiseren kan volstaan worden met 218 miljoen, in plaats van de voorgestelde 270 miljoen. Dit met behoud van de huidige hoogstaande kwaliteit van de opleiding tot medisch specialist. Hieronder licht het LOCA toe wat voor gevolgen dit heeft voor de co-assistent danwel de opleiding geneeskunde.

Opleidingsduur.

Initieel was het plan dat alle medisch specialistische vervolgopleidingen met een of twee jaar ingekort zouden worden. Die generieke korting is van de baan. Daarvoor in de plaats komt de afspraak dat voor 80 procent van de aiossen de opleiding gemiddeld zes maanden korter zal zijn. Deze kortere individuele opleidingsduur moet 56 miljoen euro gaan opleveren en wel via de volgende drie manieren. Allereerst is er afgesproken dat een aios de opleiding eerder kan afronden als alle competenties zijn behaald. Daarnaast kan hij of zij vrijstellingen krijgen, op basis van opgedane ervaring als anios of tijdens een andere opleiding. Een derde mogelijkheid tot verkorting van de opleiding is het behalen van competenties in het zogenaamde schakeljaar, het laatste jaar van de zesjarige geneeskundeopleiding, waarin studenten kunnen voorsorteren in de richting van bijvoorbeeld snijdende vakken, en gericht bepaalde vaardigheden kunnen aanleren. Voor het schakeljaar is een werkgroep opgericht waar het LOCA aan deelneemt ter vertegenwoordiging van de co-assistenten. Meer informatie over het schakeljaar volgt binnenkort op de website van het LOCA.

Aantal opleidingsplekken.

Nog eens 72 miljoen euro wordt bespaard door jaarlijks honderd minder aiossen op te leiden, conform de ramingen van het Capaciteitsorgaan. Per aios krijgen de ziekenhuizen ook nog eens minder geld, wat neerkomt op nog eens 90 miljoen euro minder. Bij elkaar opgeteld leveren alle maatregelen de minister 218 miljoen euro op. De komende jaren mogen jaarlijks 2078 tot 2353 basisartsen beginnen aan een erkende medische vervolgopleiding; in 2010 waren dat er nog 2249 tot 2467. Van deze groep artsen mag ongeveer de helft – 1120 tot 1320 – beginnen aan een medisch specialistische vervolgopleiding. Dit is bijna 15 procent minder dan in 2010. Overigens zijn 62 tot 69 van de 1120 tot 1320 instroomplaatsen voor klinisch technische beroepen, zoals klinische chemie, klinische fysica, en klinische farmacie, die niet per sé door een basisarts moeten worden ingevuld.

Gevolgen voor de co-assistent.

Doordat er minder opleidingsplekken zijn adviseert het Capaciteitsorgaan in het Capaciteitsplan 2013 Dat de instroom van studenten geneeskunde ook flink omlaag moet. Het reservoir aan basisartsen met belangstelling voor een vervolgopleiding telde in 2012 4670 wachtenden, dat zijn twee complete instroomjaren aan basisartsen. Daarom adviseert het Capaciteitsorgaan de minister om de instroom in de geneeskundeopleiding zo spoedig mogelijk te verminderen van de huidige 3050 naar 2700 studenten. Maar het effect daarvan op de grootte van het reservoir aan basisartsen zal pas vanaf 2021 te zien zijn. Op de lange termijn is het akkoord een zeer goede ontwikkeling. Het aantal opleidingsplekken moet immers aansluiten op de vraag van de toekomstige arbeidsmarkt. Op de korte termijn is dit voor de bijna afgestudeerde co-assistent minder goed nieuws. Door de dalende opleidingsplekken zullen er meer basisartsen moeten worden verdeeld wat o.a. kan leiden tot meer concurrentie. Een ander gevolg is dat meer mensen wellicht een andere medische vervolgopleiding zullen moeten kiezen dan die van hun eerste keus. Hierbij valt te denken aan sociale geneeskunde, ouderen geneeskunde of huisarts. Wellicht een schrale troost voor de toekomstige artsen: in deze sectoren neemt het aantal opleidingsplekken overigens wel (iets) toe.


Het kweken van kostenbewustzijn bij dokters

Door Steven Immenga op 05 September 2013 · Reageer

In de Medisch Contact van 29 augustus schrijft Marcel levi, internist en bestuursvoorzitter van het AMC, in zijn maandelijkse column dat er bewustzijn over wat dingen werkelijk kosten gekweekt moet worden bij dokters.

Het LOCA is momenteel, na aanleiding van de landelijke enquête, bezig met een exploratieve studie naar de noodzaak van onderwijs in zorgkosten, vanuit het idee dat dit leidt tot minder verspilling. Hierbij wordt onder andere het kostenbewustzijn onder co-assistenten in kaart gebracht, evenals het onderwijs over zorgkosten en de behoefte daaraan.

Het LOCA stemt zich in bij het commentaar van Marcel Levi. Hieronder is zijn column te lezen.

Verspilling

Het door de bewindslieden Schippers en Van Rijn geopende meldpunt voor verspilling in de zorg heeft in korte tijd meer dan 15.000 reacties opgeleverd. Daarvan komt 25 procent van zorgverleners zelf. Kennelijk willen ook veel dokters en verpleegkundigen zorgvuldig met geld voor gezondheidszorg omgaan. Dit past bij een internationale trend: de American Board of Internal Medicine trimmert al een tijdje stevig aan de weg met haar Choosing wisely campaign waarin onder andere lijstjes worden aangelegd van dikwijls zinlose laboratoriumbepalingen (denk aan PSA, NT-proBNP en zo verder) en interventies (zoals rugoperaties en tonsillectomie). In veel editorials van leidende tijdschriften wordt aangegeven dat dokters als captains of the healthcare ship extreem belangrijk zijn om verspilling in de gezondheidszorg tegen te gaan en dat het onethisch is als arts om niet te strijden tegen verspilling, omdat dit de financiering van zorg voor patiënten die dit nodig hebben bedreigt.

Maar ook weer niet alle dokters hebben het gevoel dat ze hier een essentiële rol bij spelen. Onlangs werd in JAMA beschreven dat slechts een derde van de dokters meent dat ze een verantwoordelijkheid hebben voor de kosten van de gezondheidszorg en daarbij meer een taak weggelegd zien voor zorgverzekeraars, politiek, ziekenhuisbestuurders en farmaceutische bedrijven. Dit is natuurlijk totale flauwekul, want als er één groep is die onzinnige, overbodige en overtollige zorg kan stoppen dan is dat wel die van de dokters. Waarom vragen artsen in Nederland per jaar tienduizenden buikoverzichtsfoto’s aan, terwijl uitstekend Nederlands onderzoek heeft aangetoond dat dit een volledig betekenisloos onderzoek is bij acute buikklachten. Waarom moet mijn patiënt die ik al jaren behandel voor chronische nierinsufficiëntie, hartfalen, COPD en diabetes voor een liesbreukoperatie in het naburige ziekenhuis preoperatief naar de cardioloog (plus echo), longarts (plus longfunctie), internist-diabetoloog (plus verpleegkundige) en nefroloog (plus uitgebreid lab) terwijl alle informatie gewoon – gratis – in mijn jaarlijkse briefje aan de huisarts te vinden is? Het door de actieve Amsterdamse huisartsenkring georganiseerde initiatief Dappere Dokters leverde in één drukbezochte avond van huisartsen en specialisten al tientallen goede ideeën op om de gezondheidszorg beter, effeciënter en goedkoper te organiseren.

Ideeën genoeg, maar waarom zijn dokters dan soms zo laconiek om verspilling tegen te gaan? Soms is het onwetenheid over wat iets kost, al was het alleen maar omdat er in ons mallotige financieringsysteem een totale mismatch is tussen de kosten en het tarief dat daartegenover staat. Indaad tonen studies dat als de prijs bekend is, er spaarzamer wordt aangevraagd. Soms is het defensief gedrag, uit angst om iets te missen, hoe onwaarschijnlijk vandaar ook de roep om Dappere Dokters. Ten slotte spelen gewoonte en gemakzucht mogelijk een rol en dikwijls een totaal gebrek aan enige prikkel om economisch te werk te gaan. Naast het inventariseren van problemen via het meldpunt kunnen de bewindslieden van VWS dus met eenvoudige maatregelen al tegen verspilling optreden. Keek bewustzijn bij gezondheidszorgprofessionals over wat dingen (werkelijk) kosten, zorg voor prikkels in het systeem waarbij verspilling actief wordt tegengegaan en laat verzekeraars stoppen met het vergoeden van onzinnige, overbodige en overtollige zorg.
Bron: Medisch Contact, 29 agustus 2013.


Snoeien in aantal opleidingsplaatsen

Door Steven Immenga op 25 August 2013 · Reageer

Tegen de achtergrond van de groeiende bezorgdheid over de positie van artsen op de arbeidsmarkt, zijn alle ogen gericht op het komende advies voor de instroom in de medische opleidingen. De verwachting is dat het Capaciteitsorgaan het aantal aiosplaatsen zal verkleinen.

Afgelopen jaar zijn de zorgen over de werkgelegenheid voor vooral jonge medisch specialisten in ziekenhuizen flink toegenomen. Vorige zomer luidden De Jonge Orde en de Landelijke Vereniging van Medisch Specialisten in Opleiding (LVAG) voor het eerst de noodklok. Volgens een enquête hadden artsen die net klaar waren met hun opleiding meer moeite bij het vinden van passend werk dan voorheen. Recentelijk suggereerde een nieuwe enquête dat de arbeidsmarkt voor artsen nog verder is verslechterd.

Velen moeten hun toevlucht nemen tot tijdelijk werk, en in twaalf specialismen zou sprake zijn van werkloosheid. Vooral chirurgen, radiologen, kinderartsen en kno-artsen zitten nu in de hoek waar de klappen vallen.

Volgens de arbeidsmarktmonitor, waarin Medisch Contact vier keer per jaar het aantal vacatures voor artsen telt, is er inderdaad sprake van een daling van het aantal vacatures voor specialisten (zie Arbeidsmarktmonitor tweede kwartaal 2013). En het beeld wordt nog minder rooskleurig als de kwaliteit van de vacatures wordt meegewogen. Bij de specialismen waar sprake is van krapte, betreft het vaak tijdelijke betrekkingen of banen in het buitenland.

Capaciteitsorgaan
Vacatures of niet, één ding staat vast: artsen maken zich zorgen over werk-gelegenheid en inkomen. Tegen die achtergrond is het begrijpelijk dat alle ogen momenteel gericht zijn op het adviesrapport dat het Capaciteitsorgaan binnenkort uitbrengt. Die instelling adviseert de minister van Volksgezondheid elke twee tot drie jaar over de instroom in de opleiding geneeskunde tot basisarts, en in de vervolgopleidingen tot medisch specialist. De adviezen moeten voorkomen dat er teveel of te weinig artsen worden opgeleid. Een overschot aan artsen levert niet alleen individuele problemen op, maar is gezien de hoge kosten van de opleiding ook maatschappelijk onwenselijk. Een tekort aan artsen leidt tot wachtlijsten.

Voor het advies kijkt het Capaciteitsorgaan vooral naar de ontwikkeling van de vraag naar medische zorg. Over het algemeen neemt die als gevolg van de vergrijzing en ruimere medisch-technische mogelijkheden toe. Daarnaast wordt rekening gehouden met andere factoren, zoals herschikking van taken naar ondersteuners en trends op het gebied van het aantal gewerkte uren, pensioenleeftijd en feminisering van het beroep. Op basis hiervan adviseert het Capaciteitsorgaan de minister over het minimale en maximale aantal instromers in de opleidingen.

Het meest recente advies van het Capaciteitsorgaan stamt uit december 2010. De nieuwste versie wordt als gezegd binnenkort verwacht. Waarschijnlijk is de toonzetting van dit zogenoemde Capaciteitsplan 2013 minder optimistisch dan bij zijn voorganger. Drie jaar geleden meldde het rapport nog: ‘Op dit moment is het aanbod aan zorg beter in evenwicht met de vraag naar zorg dan ooit tevoren.’ Als er al zorgen bestonden, dan was het vooral over het tekórt aan artsen in bepaalde specialismen.

Vorig jaar leek het Capaciteitsorgaan nog niet gevoelig voor geluiden over de problematische arbeidsmarkt. Naar aanleiding van de eerder genoemde enquête uit 2012 bevestigde het adviesorgaan weliswaar dat er sprake was van een groeiend aantal specialisten zonder vaste aanstelling, maar verklaarde dat fenomeen vooral uit onzekerheden in de zorg, die eerder niet voorzien hadden kunnen worden en van tijdelijke aard zouden zijn.

Instroom omlaag
Inmiddels is duidelijk dat de arbeidsmarktzorgen toch hun weerslag hebben gehad op het komende Capaciteitsplan. Het rapport is nog niet officieel aan minister Edith Schippers van Volksgezondheid gepresenteerd, maar links en rechts valt al te beluisteren dat erin wordt geadviseerd om de instroom in de meeste opleidingen te verlagen. Dat geldt dan vooral voor de specialismen in de ziekenhuizen.

De instroomadviezen zullen voor veruit de meeste disciplines omlaag gaan, en in de andere gevallen ongeveer gelijk blijven. ‘Wij hebben daarbij onder meer ook rekening gehouden met de signalen over de lastige arbeidsmarkt voor specialisten’, erkent senior adviseur ziekenhuiszorg Joris Meegdes van het Capaciteitsorgaan. ‘Ook houden wij rekening met de instroom van artsen uit het buitenland.’ Zelfs voor de ziekenhuisspecialismen waarin op dit moment nog een tekort bestaat, zoals mdl-artsen of SEH-artsen, is de verwachting dat de instroomadviezen niet zullen worden verhoogd.

De precieze mate waarin de instroom wordt verlaagd, is nog niet bekend. Dat geldt ook voor gedetailleerde uitsplitsingen per beroepsgroep. Grote vraag is of de wetenschappelijke verenigingen straks tevreden zullen zijn over die details. Tenslotte werkt het Capaciteitsorgaan met veel onzekerheden, waardoor de adviezen niet altijd tot het gezochte en gewenste evenwicht tussen vraag en aanbod leiden. Dat valt het adviesorgaan niet te verwijten, maar leidt niet altijd tot vertrouwen bij de beroepsgroepen.

Heelkunde
Neem bijvoorbeeld de heelkunde. Dat is een vakgebied dat in de afgelopen tien jaar sterk is gegroeid, en waarin nu veel bezorgdheid over de werkgelegenheid is. Eerdere rapportages van het Capaciteitsorgaan tonen aan dat de groei van de beroepsgroep onder meer het gevolg is van de grote instroom in de opleidingen in het verleden. Tussen 2000 en 2006 stroomden jaarlijks gemiddeld bijna negentien basisartsen méér in bij de vervolgopleiding tot chirurg, dan dat er aan de andere kant als jonge klaren weer uitstroomden. In die periode was dus sprake van een flinke nettoaanwas van de aios-pool, van bijna driehonderd tot ruim vierhonderd artsen in opleiding tot chirurg.

Omdat de opleiding heelkunde zes jaar duurt, is deze gegroeide groep tussen 2006 en 2012 als jonge klaren op de arbeidsmarkt gekomen. Omdat medisch specialisten in de afgelopen periode over het algemeen ook wat later met pensioen gaan, is het totaal aantal geregistreerde chirurgen flink toegenomen. Overigens was er de jaren daarvoor ook al sprake van groei. Het aantal geregistreerde chirurgen steeg van 1035 in 2000 tot 1218 in 2010, een stijging van 18 procent. Gezien de huidige zorgen op de arbeidsmarkt voor chirurgen zou die groei wel eens wat te fors geweest kunnen zijn.

Het instroomadvies had van de beroepsgroep daarom misschien nog wel iets verder omlaag gemogen. Volgens directeur Micky Cohen de Lara van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH) is de situatie op de arbeidsmarkt zo complex dat het lastig is te oordelen over de instroomadviezen. ‘De problematiek kan niet los gezien worden van de huidige externe ontwikkelingen zoals de ministeriële wens tot bezuinigen, de huidige financiële onzekerheid binnen bestaande maatschappen, de integrale tarieven 2015 en de inhoudelijke ontwikkelingen en het kwaliteitsbeleid binnen de heelkunde.’

Maar uiteraard constateert ook de NVvH dat er ‘momenteel krapte’ op de chirurgische arbeidsmarkt bestaat. ‘Het Capaciteitsorgaan adviseert 67 aiossen heelkunde in 2014 aan te nemen’, aldus Cohen de Lara. ‘Dit is niet veel lager dan het jaar daarvoor. De raming van het Capaciteitsorgaan zal gefundeerd zijn op reële aannames. Feitelijk is er echter een overschot aan jonge chirurgen dat de komende jaren mogelijk verder toe zal nemen, dus enige reductie lijkt verstandig.’

Meer basisartsen voor minder opleidingsplaatsen
Het Capaciteitsorgaan gaat zijn advies voor de instroom in de meeste vervolgopleidingen tot medisch specialist verlagen. Mogelijk komen net opgeleide medisch specialisten daardoor in de toekomst weer wat makkelijker aan de bak. Maar een verlaagde instroom in de vervolgopleidingen kan wel een ander probleem voor jonge artsen creëren.

Als gevolg van het besluit van minister Edith Schippers van Volksgezondheid om de numerus fixus voor de initiële opleiding geneeskunde sterk te versoepelen, zullen namelijk veel méér basisartsen van de universiteiten komen. Die moeten straks dus knokken voor een kleiner aantal opleidingsplaatsen.

Begin 2012 bevestigde Schippers dat de numerus fixus zou worden versoepeld, om tegemoet te komen aan de groeiende zorgvraag van de Nederlandse bevolking. Bovendien hoopt de minister dat een grotere concurrentie tussen artsen leidt tot de verhoging van de kwaliteit van medische zorg en een druk op de inkomens (en daarmee een verlaging van de zorgkosten). Verruiming of afschaffing van de numerus fixus is ‘ook een randvoorwaarde voor goede marktwerking in de zorg’, heette dat in het Regeerakkoord uit 2010.

Anderhalf jaar geleden beloofde de minister nog dat een grotere uitstroom van basisartsen gekoppeld zou worden aan een structurele uitbreiding van de medische vervolgopleidingen. Zo kwamen er vorig jaar driehonderd opleidingsplaatsen bij. Die belofte staat echter haaks op het verwachte advies van het Capaciteitsorgaan om de instroom te beperken of hooguit gelijk te houden.

Woordvoerster Inge Freriksen van het ministerie van Volksgezondheid erkent dat het afschaffen van de numerus fixus en uitbreiding van de opleidingsplaatsen op dit moment nog ‘staand beleid’ is. Daarbij tekent zij wel aan dat dit behoort tot de afspraken uit de vorige kabinetsperiode, die kunnen worden aangepast aan het komende Capaciteitsplan. ‘Maar daarop gaan we niet vooruitlopen.’

Bron: Medisch Contact, Mathijs Smit.


Seksuele intimidatie onder co-assistenten

Door Steven Immenga op 13 July 2013 · Reageer

In een artikel van het Medisch Contact over seksuele intimidatie van co-assistenten blijkt dat er de afgelopen jaren nauwelijks verbetering is geweest rondom dit probleem. Uit een enquête van het KNMG uit 2006 bleek dat 21% van de co-assistenten tijdens de studie werden geconfronteerd met seksuele intimidatie. Het KNMG Studentenplatform deed in 2012 wederom onderzoek onder 1394 co-assistenten waaruit blijkt dat er niet veel is verbeterd: 18,4% heeft nog steeds last van ongewenste gedragingen met een seksuele lading. Het vaakst werden de studenten geintimideerd door patiënten, nauw op de voet gevolgd door stafleden en specialisten.

Slechts een minderheid van de incidenten wordt door de studenten gemeld, ongeveer 7%. Als reden wordt hiervoor aangedragen dat studenten het incident niet ernstig genoeg vinden om het te melden of dat zij niet weten waar ze met hun klacht terecht kunnen.

Het LOCA vindt het spijtig en zorgwekkend dat na het eerdere onderzoek in 2006 het percentage co-assistenten wat in aanraking komt met seksuele intimidatie nog altijd zo hoog is en dus een wijdverspreid probleem vormt. Daarnaast sluit het LOCA zich bij de mening van het KNMG-SP aan en wil dat studenten, medici, opleiders en faculteiten het onderwerp seksuele intimidatie bespreekbaar maken. Het is betreurenswaardig dat, als co-assistenten een melding noodzakelijk achten, zij vaak niet weten waar zij terecht kunnen. Noodzakelijk is dat faculteiten duidelijk aangeven, bijvoorbeeld bij aanvang van de coschappen, met hun problemen terecht kunnen. Dan kunnen coassistenten ook hun verantwoordelijkheid nemen en incidenten melden.

Op dit moment doet het LOCA navraag bij de verschillende faculteiten over het plan van aanpak van dit probleem. Ook wordt geïnventariseerd waar men per faculteit met klachten over seksuele intimidatie naar toe kan. Door dit meer bekend te maken onder co-assistenten hoopt het LOCA een ondersteunende rol te kunnen spelen in de aanpak van dit probleem.


Co-assistenten: te weinig tijd voor priveleven

Door Steven Immenga op 02 June 2013 · Reageer

Uit een klein onderzoek, door Mednet onder 130 co-assistenten, bleek dat 55% van de co's vindt dat de co-schappen slecht zijn te combineren met een priveleven. Uit de toelichting van enkele deelnemers bleek dat lange dagen, naslagwerk, reistijden en ontbrekende stagevergoeding bijdragen aan deze ontevredenheid.

Ook werd er geinventariseerd naar de tevredenheid over begeleiding door assistenten/specialisten (75% goed tot zeer goed), hoeveelheid verantwoordelijkheid (77% goed tot zeer goed) en de angst om fouten te maken (67% is er bang voor).

Lees het volledige artikel van Mednet voor meer info en commentaar van Gynaecoloog en Onderwijscoördinator Flip de Leeuw: Mednet-peiling.pdf (129 KB)


Seksuele intimidatie

Door Steven Immenga op 22 May 2013 · Reageer

22-5-2013 - Medisch Contact: Naaktfoto's tussen twee patiënten door

In een artikel van het Medisch Contact over seksuele intimidatie van co-assistenten blijkt dat er de afgelopen jaren nauwelijks verbetering is geweest rondom dit probleem. Uit een enquete van het KNMG uit 2006 bleek dat 21% van de co-assistenten tijdens de studie werden conconfronteerd met seskuele intimidatie. Het KNMG Studentenplatform deed in 2012 wederom onderzoek onder 1394 co-assistenten waaruit blijkt dat er niet veel is verbeterd: 18,4% heeft nog steeds last van ongewenste gedragingen met een seksuele lading.

Het vaakst werden de studenten geintimideerd door patienten, nauw op de voet gevolgd door stafartsen/specialisten. Slechts een minderheid (7%) van de co-assistenten maakt een melding van het incident. Hiervoor werden diverse redenen opgegeven waaronder het niet weten waar ze dergelijke incidenten moeten melden.

Het LOCA vindt het spijtig en zorgwekkend dat na het eerdere onderzoek in 2006 het percentage co-assistenten wat in aanraking komt met seksuele intimidatie nog altijd zo hoog is en dus een wijdverspreid probleem vormt. Het is betreurenswaardig dat, als co-assistenten een melding noodzakelijk achten, zij vaak niet weten waar zij terrecht kunnen.

Het LOCA sluit zich bij de mening van het KNMG-SP aan en wil dat studenten, medici, opleiders en faculteiten het onderwerp seksuele intimidatie bespreekbaar maken. Noodzakelijk is dat faculteiten duidelijk aan te geven waar studenten , bijvoorbeeld bij aanvang van de coschappen, met hun problemen terecht kunnen. Dan kunnen coassistenten ook hun verantwoordelijkheid nemen en incidenten melden.

Klik hier voor het volledige artikel in het Medisch Contact, met meer uitslagen van het onderzoek van het KNMG-SP over seksuele intimidatie.


Artikel in het AD: "Ambitie en talent worden afgestraft"

Door Steven Immenga op 17 May 2013 · Reageer

Vandaag in het Algemeen Dagblad: een artikel van Suzanne Docter over een geneeskunde studente die 45.000 euro moet betalen om coschappen te lopen. Met daarin commentaar van o.a. het LOCA.

"Ambitie en talent worden afgestraft", 17-05-2013, Amsterdam.
Minister Jet Bussemaker van Onderwijs zei het vorige maand nog. Ambitieuze studenten die twee studies doen, moeten niet gestraft worden door ze enorm veel collegegeld te laten betalen. Maar Pauline Appelboom (31) moet toch bijna 50.000 euro neer tellen om coschappen te kunnen lopen tijdens haar studie geneeskunde.

De VU vraagt zoveel ‘inschrijfgeld’ aan Pauline omdat een normaal tarief alleen telt als je twee studies tegelijkertijd doet. Voor geneeskunde bestaat wel een uitzondering, mits je eerst heel anders heb gestudeerd. “Jaargenoten die eerst rechten of bedrijfskunde deden betalen het gewone tarief. Ik 15.000 euro per jaar en dan heb ik mazzel. In Groningen vragen ze 32.000 euro.”

De Amsterdamse legt uit dat ze dit voor aanvang allemaal níet had kunnen weten. Bijna tien jaar geleden besloot de oud-Nederlands kampioene karate haar topsportcarrière in te ruilen voor geneeskunde. “Ik ben speciaal een tweede vwo-diploma gehaald met bètavakken.” Het mocht niet baten: ze werd twee keer uitgeloot. Toch gaf ze haar droom niet op. Ze studeerde gezondheidswetenschappen om zich tegen het einde aan te melden voor decentrale selectie bij de VU, waarbij de beste 140 kandidaten werden toegelaten voor geneeskunde. Tot haar grote vreugde zat Pauline daarbij. “Er waren geluiden dat studenten in de toekomst meer moesten betalen voor een tweede studie. Maar volgens de VU kon ik mijn bachelor-fase probleemloos doorlopen. Over de master wisten ze nog niets.” Korte tijd later werd haar verteld dat ze haar diploma gezondheidswetenschappen probleemloos kon aanvragen. “Had ik mijn diploma maar nooit opgehaald of een paar tentamens gemist zodat ik later klaar was. Dan was er niets aan de hand.”

In januari 2011 sloot het noodlot toe. De VU besloot astronomische collegegelden te vragen aan studenten zoals Pauline, die blinde paniek voelde opkomen. Waar haalde ze de 45.000 euro vandaan die ze voor haar 3-jarige master zou moeten betalen. “Bij DUO waar ze de studiefinanciering regelen wilden ze het niet lenen. En de bank wil tot 25.000 euro gaan, tegen 7,2 procent rente.” Tot haar geluk sprongen haar ouders bij. “Maar verschillende studiegenoten zijn gestopt uit financiële nood. Eén zelfs in haar laatste jaar. Doodzonde.” Pauline begrijpt niet dat een uitzondering wordt gemaakt voor bijvoorbeeld bedrijfskundigen. “Worden dat betere artsen dan bijvoorbeeld verpleegkundigen die al veel ervaring in de gezondheidszorg hebben.” Ook gokt ze dat over twintig jaar geen kaakchirurg meer te vinden is. “Om kaakchirurg te worden moet je ook geneeskunde doen. Wie is zo gek, tegen betaling van 15.000 euro per jaar?”

De Amsterdamse studente heeft inmiddels bijval van 800 medestudenten en medisch specialisten die de petitie die ze is gestart hebben ondertekend. Daarnaast wordt haar pleidooi ondersteund door studentenorganisaties als het ISO en de Landelijke Studenten Vakbond. “Minister Plasterk gaf de collegegelden vrij, maar riep dat die nooit tienduizenden euro’s zouden bedragen. Moet je nu zien,” zegt LSVB-voorzitter Kai Heijneman. “Met deze maatregel straf je ambitie en talent juist af.”

Ook de belangenorganisatie voor co-assistenten, stichting LOCA neemt het voor Pauline op. “We begrijpen dat de overheid mensen laat betalen voor een tweede studie en dat ze een uitzondering maakt voor geneeskunde om daar mensen uit andere hoeken naar toe te lokken,” zegt voorzitter Jeán-Paul Posthuma. “Maar het is cru dat studenten als Pauline zoveel extra moeten betalen. En zelfs niet de mogelijkheid hebben om het studiegeld te lenen. Vijftienduizend euro werk je er ook niet zo even bij als student.”

Met de petitie hoopt Pauline steun te verwerven tegen deze hoge instellingsgelden voor studenten die al een diploma van een zorggerelateerde studie op zak hebben. 

http://petities.nl/petitie/vrijgegeven-instellingsgelden-voor-studie-geneeskunde

Bron: Algemeen Dagblad, 17 mei 2013, Suzanne Docter

 


Co-assistenten: te weinig tijd voor priveleven

Door Steven Immenga op 11 May 2013 · Reageer

Uit een klein onderzoek, door Mednet onder 130 co-assistenten, bleek dat 55% van de co's vindt dat de co-schappen slecht zijn te combineren met een priveleven. Uit de toelichting van enkele deelnemers bleek dat lange dagen, naslagwerk, reistijden en ontbrekende stagevergoeding bijdragen aan deze ontevredenheid. Op 25 mei verschijnt het volledige artikel in Mednet Magazine. Houd de website in de gaten voor overige resultaten uit dit onderzoek.

http://www.mednet.nl/nieuws/id7042-coassistenten-te-weinig-tijd-voor-priveleven.html


Post accreditatie opleiding Geneeskunde

Door Steven Immenga op 01 May 2013 · Reageer

In 2011 en 2012 zijn in het kader van de accreditatie alle geneeskundeopleidingen in Nederland gevisiteerd. Een visitatiecommissie, onder leiding van prof. dr. Harry Hillen, heeft alle opleidingen bezocht. Deze commissie heeft naar aanleiding van haar bevindingen het ‘State of the Art Rapport en Benchmark Rapport van de Visitatiecommissie Geneeskunde 2011/2012’ opgesteld. In dit rapport worden onder andere vijf best practices van de Nederlandse medische faculteiten beschreven.

Op 4 april 2013 was naar aanleiding van deze accreditatie het symposium ‘Leren van de accreditatie; medisch onderwijs en de toekomst’ georganiseerd. Het symposium was een initiatief van alle opleidingsdirecteuren geneeskunde in Nederland. Tijdens deze dag is gebleken dat de Nederlandse geneeskunde-opleiding internationaal tot een van de beste opleidingen behoort.

Het accreditatie rapport zal binnenkort digitaal verkrijgbaar zijn en zal dan op de LOCA website geplaatst worden. Wil je meer over de accreditatie en de toekomst van de opleiding lezen? Lees dan de speciale uitgave “Toekomst van de geneeskunde-opleidingen” van het Instituut voor Onderwijs en Opleiden (april 2013).

 

 


Financiële situatie van de co-assistent

Door Steven Immenga op 01 May 2013 · Reageer

Er zijn momenteel steeds serieuzere plannen om de studiefinanciering te veranderen in een sociaal leenstelsel en de OV-studentenkaart te laten vervallen. Deze maatregelen zullen elke student financieel raken. Het LOCA is van mening dat de geneeskundestudent, en coassistent in het bijzonder, door zijn lange opleiding en bijzondere werksituatie in het ziekenhuis een uitzondering is ten opzichte van masterstudenten van andere studies.

Door de lange opleiding moet de geneeskundestudent meer lenen en meer schulden maken tijdens zijn studie in vergelijking met overige studenten. Daarnaast draait de geneeskundestudent vanaf zijn 4e jaar als coassistent meer dan een volledige werkweek. Er zijn daarom minimale mogelijkheden tot het bijverdienen met bijbaantjes. Met de nog ontbrekende stagevergoeding voor coassistenten en tekortschietende reiskostenvergoeding wordt het op deze manier financieel erg lastig voor de coassistent.

Het LOCA is zich van de dreigende benarde financiële situatie van de coassistent bewust en volgt alle ontwikkelingen op de voet. Het zet zich waar mogelijk in om deze situatie voor de coassistent te verbeteren.


Reiskostenvergoeding

Door Steven Immenga op 01 May 2013 · Reageer

Het LOCA heeft zich in het verleden altijd ingezet voor een volledige vergoeding van reiskosten van de coassistent. In samenwerking met het Landelijk Medisch Studenten Overleg (LMSO) heeft dit in 2010 geleid tot een principeakkoord met alle medische faculteiten, waarin werd afgesproken dat coassistenten 100% van hun reiskosten vergoed zouden krijgen.

In de huidige economisch zware tijd hebben ook de faculteiten noodgedwongen moeten bezuinigen en wordt dit principeakkoord niet overal gehandhaafd. Het LOCA is nog altijd van mening dat coassistenten geen reiskosten zouden mogen betalen en blijft zich hier voor inzetten.

Deze mening komt mede tot stand door andere ontwikkelingen die de student financieel zullen raken. Lees hier meer over de financiele situatie van de coassistent


Stagevergoeding voor co-assistenten

Door Steven Immenga op 26 April 2013 · Reageer

Door de komst van het sociaal leenstelsel is de discussie over stagevergoedingen voor co-assistenten opnieuw opgelaaid. Deze maatregel treft geneeskunde studenten in de masterfase extra hard, gezien de lange duur van de studie. Daarnaast is het zo dat co-assistenten vaak rond de 50 uur per week bezig zijn met hun co-schappen. Veel ruimte voor bijbanen is er dus niet. Aan het begin van het jaar vroeg het KNMG-studentenplatform aandacht voor deze kwestie door middel van een artikel in Arts in Spe. Lees nu het vervolg  van de discussie in Arts en Auto, of klik hier voor de digitale versie van het artikel.


Workshop Co-assistent & Carrière

Door Steven Immenga op 10 April 2013 · Reageer

De workshop co-assistent & carriere van het KNMG is bedoeld voor co-assistenten die nog niet precies weten wat ze willen worden. Het ondersteunt de studenten bij het maken van een bewuste keuze voor een eventuele vervolgopleiding. Tijdens deze workshop worden oefeningen gemaakt, discussies gevoerd en zullen er een aantal filmpjes worden getoond waarin artsen vertellen over hun eigen keuzeproces.

Klik hier voor een compleet overzicht van data en locaties.


Nationaal Coassistenten Congres

Door Steven Immenga op 28 March 2013 · Reageer

Op 12, 13 en 14 april 2013 vindt er in Hotel Zuiderduim in Egmond aan Zee het vierde tweejaarlijkse Nationaal Coassistenten Congres plaats. Hier komen 800 coassistenten van de acht geneeskunde faculteiten voor één weekend op één plek samen. Dit jaar zal het congres het thema ‘Bloedstollend’ hebben. Het programma bestaat uit interessante lezingen met als inhoud variërend tussen updates over de nieuwste ontwikkelingen, verdieping in populaire vakgebieden en verbreden naar onderbelichte hoeken van de geneeskunde. Verder zullen er diverse praktische workshops worden gehouden over vaardigheden die je als arts moet hebben. Er is natuurlijk ook tijd voor ontspanning met een diner en feest op de zaterdagavond en een wijnproeverij voor de studenten die al op vrijdagavond komen. Het LOCA bestuur bezoekt dit congres ook, kom daarom naar onze stand op de informatiemarkt op de zondag voor meer informatie over het LOCA.

Kijk voor meer informatie op de website van het Nationaal Coassistenten Congres: http://www.nccongres.nl

 


Masterclass Medical Business

Door Steven Immenga op 28 March 2013 · Reageer

Op 10, 17 en 24 april zal voor de eerste keer de Masterclass Medical Business worden georganiseerd. Het is een initiatief van enkele 6e-jaars geneeskundestudenten die hiaten hebben opgemerkt in de kennis van (aanstaande) artsen over de financiële, organisatorische en bestuurlijke kanten van de gezondheidszorg. Met sprekers als onder andere Wouter Bos en Marcel Levi zullen tijdens drie avonden op uitdagende wijze verschillende aspecten van de gezondheidszorg de revue passeren. Daarbij kan gedacht worden aan financiële stromen, kostenefficiëntie, DBC/DOT en maatschap vs. loondienst. Het Bestuur LOCA is erg enthousiast over dit initiatief en zal hier zeker aanwezig zijn.

Voor inschrijvingen en aanvullende informatie kun je terecht op hun website: http://www.medicalmasterclass.nl.

Kosten: €40,- voor coassistenten; €60,- voor arts-assistenten.